Als bij u de diagnose diabetes mellitus (suikerziekte) is gesteld krijgt u elke driemaanden een oproep van het SHL om bloed te laten prikken.
Driemaal per jaar komt u in de week daarna op controle bij de assistente. Zij zal het volgende doen:

a. De waarde van de bloeduitslagen worden met u besproken; zo nodig wordt in overleg met de huisarts de medicatie aangepast.
b. Uw gewicht wordt bepaald.
c. Uw bloeddruk wordt gemeten.
d. De assistente controleert uw voeten en kan u zo nodig doorverwijzen naar een podotherapeut.
e. Met u wordt besproken of u problemen heeft met het zich houden aan een gezonde voeding of een dieet, en of u problemen heeft met het nemen van medicijnen. Zo nodig kan de assistente u verwijzen naar een diëtiste.
f. De assistente zal met u ook het belang van voldoende lichaamsbeweging bespreken.
g. Als u tabletten voor de diabetes gebruikt of als u insuline spuit, wordt met u besproken of u last heeft van hypoglycemieen (klachten van te lage bloedsuikers).
h. Zij regelt voor u de periodieke controle bij de oogarts.

Eenmaal per jaar komt u op controle bij de huisarts. Ook de huisarts zal uw gewicht en uw bloeddruk controleren. Daarnaast kunt u vragen over bepaalde aspecten van de diabeteszorg met hem of haar bespreken. De huisarts zal met u ook de resultaten van de bloeduitslagen, het gewicht en de bloeddruk van het afgelopen jaar bespreken en vragen naar eventuele problemen met betrekking tot mogelijke complicaties van suikerziekte.